Menu

Steven Berghuis: ‘niet veel mensen hadden dit van mij verwacht’

Hij werd niet goed genoeg bevonden toen AGOVV, de club waar hij zijn jeugdopleiding genoot, samenging met Vitesse. Hij slaagde niet bij FC Twente, VVV-Venlo en Watford. Nu is hij de onbetwiste aanvoerder van Feyenoord 1. Oranje lonkt zelfs. Steven Berghuis (28) weet wat het is om te moeten vechten voor zijn voetbalplezier.

Words Gandor Bronkhorst

Photography Eelco Wortman

De aanvoerder van Feyenoord 1 staat voor het raam van de skybox, met zijn rug naar me toe, waardoor ik eigenlijk alleen zijn silhouet zie. Om hem heen een zee van blauwe stoeltjes. Aan zijn voeten, tientallen meters in de diepte, de heilige grasmat. ‘Het ziet er anders uit vanaf hier’, mompelt hij. Hoe anders, vraag ik. ‘Groter eigenlijk’, zegt hij. Geïntimideerd is hij niet, maar hij voelt zich beter thuis op het veld. Hij oogt op zijn gemak vandaag. Zo ontspannen als je kunt zijn wanneer de hoop van honderdduizenden supporters op je schouders rust.

‘Dit voelt goed, dit voelt als thuis, ja. Je merkt hier in welke stemming de fans zijn. Die willen een elftal zien dat ervoor gaat, en dat zien ze nu. We hebben ze soms gewoon nodig, het kan echt het verschil maken. Als je dat voelt, en dat is vaak het geval hier in De Kuip, ja, dat sterkt je.’

Steven Berghuis praat zoals hij rent, passt, dribbelt en vecht op het veld. Direct, gedreven, scherpzinnig en soms onvoorspelbaar. Soms begint hij een zin die zelfstandig een solo inzet en pas na enkele omwentelingen zijn richting gevonden lijkt te hebben. Maar het zijn geen loze zinnen, het zijn gerichte woorden die soms, net als de ballen op het veld, hun doel ook compleet missen. Maar meestal zijn ze haarscherp. Berghuis vertelt met liefde en overtuiging.

‘De eerste herinnering die ik aan de De Kuip heb, was iets onwerkelijks. Het was voor een wedstrijd van Oranje, waar we met de jeugd van AGOVV naartoe gingen in grote bussen. Als je van de snelweg af komt, over de brug, die grote weg, langs de Shell en de McDonald’s, en je ziet het stadion, dat is zo geweldig. De Kuip, man.’

‘Nooit had ik toen durven dromen dat ik hier ooit zou spelen. Dat was zoiets groots voor een simpele jongen uit Apeldoorn, snap je. Nu, tuurlijk, wen je er wel aan, maar toch. Nog steeds denk ik als ik erlangs rij: hier speel ik gewoon. Hier doe ik het. Elk moment kan ik hier beslissen. Ik ben de aanvoerder, daar ben ik wel echt trots op. Niet veel mensen hadden dit van mij verwacht, denk ik.’

 

MENINGEN VERDEELD

Daar zal niet iedereen het mee eens zijn, zoals de meningen wel vaker verdeeld zijn over Steven Berghuis. Dit is een speler die reacties opwekt. Iemand die niet altijd binnen de lijntjes kleurt. Hij lijkt zich er bewust van te zijn dat hij nooit iedereen zal kunnen pleasen. Al vanaf de vroegste jeugd was dat het geval, vertelt-ie. ‘Toen ik als kind ging dribbelen, riep de ene ouder: “Speel af!” Een ander zei: “Ga door!” Ik heb altijd iets gehad waardoor ik reacties uitlok bij mensen.’ Aan de andere kant stond zijn vader ook klaar: ‘Als jij het niet haalt, heb je dat echt aan jezelf te danken.’

Steven Berghuis werd op 19 december 1991 geboren in Apeldoorn, als zoon van profvoetballer Frank Berghuis, wiens meest memorabele claims to fame een merkwaardig afgeketste transfer naar Galatasaray en één interland zijn. Berghuis senior was net als zijn zoon vleugelaanvaller. Beiden begonnen hun carrière bij AGOVV. Vader Berghuis stimuleerde hem, vertelt junior, maar deed dat nooit heel dwingend.

‘Ik zat gewoon op school, de havo. Daarnaast was er voetbal. School was erg leuk, ik heb een mooie tijd gehad. Gewoon, met vrienden die ik nog steeds heb. Ik had dat niet willen missen. Ik was niet die jongen die met een busje werd opgehaald en weggebracht. Het hóefde niet per se. Twee keer per week trainen, jongens ophalen en samen naar de club fietsen. Na de training uren blijven hangen: vrienden maken, kleedkamerhumor.’

‘Ik legde mezelf niet de druk op van: ik móet het maken. Maar ik wilde elke training wel echt wat laten zien. Die liefde voor het spelletje hield me weg van feesten of rondhangen in de stad. Ik ging liever voetballen, zelfs na de training. Dan gingen we naar het Johan Cruijff-veldje bij m’n huis. Sneeuw, regen, zon, altijd. Toen ik bij de amateurs van WSV speelde, kon ik ook niet begrijpen dat jongens na een wedstrijd naar een feestje gingen. Dan zei ik: “Maar we moeten morgen toch voetballen?”’

 

‘TRAINEN IS BELANGRIJK’

Berghuis komt net terug van 1908, het trainingscomplex van Feyenoord. Daar bekeek hij de wedstrijd tussen Jong Feyenoord en Jong NAC. Ondanks het grote aantal spelers uit de A-selectie, werd de wedstrijd pas in blessuretijd beslist: 1-0. Berghuis maalt niet om de uitslag. ‘Ik vind het belangrijk om dit te zien, maar het is ook gewoon leuk. Je wilt jonge jongens ook helpen. Trainen is belangrijk. Ik geloof echt dat wat je op de training doet, terugkomt op het veld. Met die instelling moet je spelen en dat moet je ook terugzien in wedstrijden van het tweede.’

Het zijn adviezen die Berghuis zelf had kunnen gebruiken. Of wel kreeg, maar negeerde. Nadat hij werd weggestuurd bij de jeugdopleiding van AGOVV (‘Te eigenwijs misschien’), speelde hij vrij lang bij de amateurs. Via Go Ahead 

Eagles en FC Twente A1 vond hij de weg naar het profvoetbal en uiteindelijk de Eredivisie. ‘De echt grote talenten breken altijd vroeg door. Er zijn jongens van zeventien, achttien jaar die nu al het verschil maken in de Eredivisie. Ik had langer tijd nodig. Dat lag ook aan mijn eigen houding.’

‘Ik kon moeilijk met teleurstellingen omgaan. Bij Twente en AZ trainde ik met jongens als Bryan Ruìz en Jozy Altidore. Als ik twee, drie goeie acties liet zien, dacht ik: ik kan toch meer dan zij, zie je dat dan niet, trainer? Dat is niet genoeg. Je moet laten zien dat je betrouwbaar bent, ook verdedigend. Dat je weet waar het om gaat. Een bepaalde kracht uitstraalt.’

‘Ik werd verhuurd aan VVV om ervaring op te doen, maar daar liep het ook niet. In 2012 meldde AZ zich, maar ook daar lukte het aanvankelijk niet.’

Totdat Dick Advocaat zijn intrede deed in Alkmaar.

 

‘DAAR ZAT HET LICHTKNOPJE’

‘De eerste wedstrijd dat Advocaat bij AZ op de bank zat, zat ik op de tribune. Ik was echt nog niemand, had weinig goals gemaakt. Advocaat vertelde in een bespreking aan scout José Fortes Rodriguez dat hij me een goeie voetballer vond. De trainer ontleedde mijn spel: “Goeie dribbel, goed schot, snelheid, goede pass. Maar hij is te slap. Slechte omschakeling. Verdedigend kan ik hem niet vertrouwen, dus kan ik hem niet gebruiken.” José is dat proces toen met mij aangegaan. Hij had zoiets van: hoe moeilijk kan het zijn? Met je man mee rennen. Kom op! Natuurlijk hoeft het dan nog steeds niet altijd goed te zijn, maar in de basis moet je dat gewoon doen. Je taken uitvoeren. Als je dat laat zien, ga je bij deze trainer spelen.”

Ik realiseerde me ineens: hé, ze zien wel wat ik kan, ze willen alleen zien dat ik ook mijn werk doe. Daar zat het lichtknopje. Het volgende trainingskamp – elke keer dat er een omschakeling was, meteen rennen. Trekken, slidings maken, alles. Teamgenoten dachten: Wow, die geeft ineens echt gas. En toen gooide Dick me erop. De eerstvolgende wedstrijd was thuis tegen NAC. 3-0 gewonnen, ik scoorde twee keer. Dát was het begin, vanaf toen wist ik: dit kan ik. Snap je? Ik kan het verschil maken voor een goede Eredivisieploeg. Geloof me, voor die tijd dacht ik ook al wel dat ik gas gaf, dat ik me liet zien. Maar ik gaf niet dát. En dat besef komt niet bij alle jonge spelers.’

***

***

Voetballen is eentoniger dan je van een afstandje denkt, realiseer ik me als ik een paar weken later langs de trainingsvelden van 1908 in de wind sta. De training van Feyenoord is ten einde, de spelers druipen langzaam van het veld af. De vorige keer dat ik daar stond, op het oude Varkenoord toen nog, was ik verbaasd over de gang van zaken. Toen de spelers klaar waren met de training, liepen ze langs een stel mopperende en soms ook aanmoedigende mannen, staken ze op hun kicksen een vierbaansweg over, liepen ze langs de parkeerplaats voor De Kuip, onder de lichtmasten door, een achteringang van het stadion in, alwaar ze plaats namen in de kleedkamer. Ronald Koemans fameuze uitspraak over de niet-geleegde prullenbakken bij Feyenoord zou pas veel later komen, maar raakte de kern. Heel professioneel kwam het me allemaal niet over.

Anno 2020 zien de trainingen van Feyenoord er anders uit. Er wordt met scherpte gespeeld, er worden afspraken gemaakt. Er is geen ruimte meer voor smoesjes. Dick Advocaat zit er bovenop. In deze sfeer komt Steven Berghuis tot zijn recht. Hij is de aanvoerder van dit team, en dat is te zien op 1908. De trainingsintensiteit ligt hoog bij Feyenoord, zegt hij. ‘We trainen fel, feller dan bij Watford. Het ligt natuurlijk aan welke trainer er voor de groep staat, maar ik vond dat er in Engeland best licht getraind werd.’

Lichter dan bij Feyenoord? ‘Ja, vind ik wel.’

 

SALARIS INLEVEREN

Weinig mensen lijken zich te herinneren hoe Steven Berghuis naar Rotterdam kwam. Dat hij flink wat salaris moest inleveren om bij Feyenoord te kunnen voetballen. En dat hij het zwaar had in die maanden. ‘Ik speelde bij Watford heel weinig en werd opgeroepen voor het Nederlands elftal. Dat ging goed, tot de zestigste minuut. Ik merkte ook aan de hand van metingen dat ik minder fit was dan toen ik wegging bij AZ. Ik wist dat ik terug moest komen, weer moest spelen.’

Er zijn meerdere redenen aan te wijzen waarom Berghuis niet slaagde bij Watford. Hij kwam van AZ – waar hij gewend was als rechtsbuiten te spelen – terecht in een ploeg die zich tegen degradatie moest weren. En dat gebeurt in Engeland zelden met aanvallend voetbal. Toch deed hij zelf ook dingen fout, zo geeft hij ongevraagd toe. ‘De een ziet sommige dingen wat sneller dan de ander. Ik heb dat pas op latere leeftijd ontdekt. Je bent zélf verantwoordelijk voor je fitheid. Je kan wel wachten op kleine partijtjes of wedstrijden die niet gaan komen, maar je moet investeren in jezelf. Ik doe het echt vanuit mezelf nu. Welke trainer er ook voor me staat. Ik verzorg mezelf, doe mijn eigen oefeningen, let goed op mijn voeding. Ben altijd topfit.’

‘Dat heb ik ook geleerd van Dirk Kuijt en Robin van Persie hier bij Feyenoord. Van dichtbij heb ik gezien wat zij allemaal over hebben voor de sport. Van Dirk weet je natuurlijk hoe hij leeft voor de sport, en zijn lichaam verzorgt, daar staat hij om bekend. Maar Robin deed daar niet voor onder. Ik kan me herinneren dat hij na een lange reis na een uitwedstrijd, bij De Kuip zijn fiets pakte en wat rondjes over het complex reed. Even uitfietsen, omdat anders de spieren stram werden.’

 

‘LIEFDE VOOR HET SPELLETJE’

Wat was de onderscheidende factor, vraag ik hem. Wat zorgde ervoor dat je nu wél slaagde? Berghuis antwoordt vlot. ‘De liefde voor het spelletje. Dát heeft ervoor gezorgd dat ik nog harder ging werken. Dat ik er heel veel extra uren in kon stoppen. Niet op vakantie gaan, hardlopen, doortrainen, dat zijn allemaal offers die ik alleen kon opbrengen door de liefde voor het spelletje. Ik kijk ook veel wedstrijden. Nog steeds, ja.’

Steven Berghuis is inmiddels uitgegroeid tot dé sterspeler van Feyenoord. Hij heeft het grootste contract en de meeste verantwoordelijkheden. En sinds de komst van Dick Advocaat is hij nu dus zelfs aanvoerder. ‘Dick prikkelt. Hij is duidelijk, eerlijk, een fijne man om mee te werken. En het vertrouwen dat hij me gaf door me aanvoerder te maken, dat wilde ik echt terugbetalen. Ik was heel blij toen ik aanvoerder werd. Ik voelde: ja, dit is het moment, dit is goed voor mijn ontwikkeling. Mensen gaan anders naar me kijken. Ook richting Oranje.’

Ik vraag hem of het krijgen van een kind ervoor zorgt dat hij anders met voetbal omgaat. Of hij teleurstellingen makkelijker kan verwerken. Gaat het rotgevoel na een slechte wedstrijd sneller over? ‘Nee, absoluut niet. Dan voelt het gewoon nog steeds kut. Ik heb het geluk dat ik een liefhebbende vriendin heb, die begrijpt dat ik me soms slecht voel. En dankzij haar kan ik me echt focussen op het voetbal.’

‘Ik ben pas tevreden wanneer ik de beste ben. Ik kan genieten van een doelpunt, of een assist. Natuurlijk. Maar mooier eigenlijk nog is helemaal aan het begin van de aanval staan. Iets zien wat een ander nog niet ziet en daar de bal heen sturen. Het spelletje lezen.’

Ik vraag hem waar zijn top ligt. Blijft dat de Eredivisie? ‘De Bundesliga, dat lijkt me echt nog weleens wat. Of La Liga. Ja, die ambitie heb ik echt nog wel. Maar het hele verhaal moet kloppen. Ik wil niet zomaar ergens op de bank belanden, ik wil echt de kans krijgen te gaan spelen. Maar het kan natuurlijk ook van Feyenoord-kant komen hè, dat ze een jonge jongen daar willen hebben, of zo. Maar daar ga ik me nu nog niet druk om maken. Dat is meer voor tegen de zomer. Ik focus me nu op mijn werk hier.’

 

AANSTEKELIJKE BEVLOGENHEID

Focus, concentratie, teleurstellingen, werken, plezier. Kernwoorden die elke keer terugkomen in gesprek met Steven Berghuis. Zijn bevlogenheid is aanstekelijk en zijn liefde voor het spel schijnt in alle woorden door. Met kopjes en theelepeltjes legt hij looplijnen uit. Hij brengt niet alleen de tactiek over, maar ook zijn werkethos. Want werken, dat doe je ook met je hoofd.

In de volgende wedstrijd die ik bekijk, is Feyenoord aan het ploeteren. Het team vecht in de striemende regen tegen een fysiek en opportunistisch spelend PEC Zwolle. Ze komen met 2-0 achter. Berghuis is overal op het veld te vinden. Op een gegeven moment staat hij zelfs links achterin te verdedigen. In de 39ste minuut geeft hij een panklare voorzet die Leroy Fer in staat stelt voor 2-1 te zorgen. Berghuis zelf maakt op indrukwekkende wijze gelijk. En daarna scoort hij nóg een keer. De winnende (3-4) komt op naam van invaller Róbert Bozenik. Op aangeven van, jawel, de aanvoerder van Feyenoord 1.