STAY UP TO DATE

Ontvang de laatste nieuwtjes, exclusieve interviews en opvallendste fotoshoots

Schrijf mij nu in
Menu

Interview Ruud Gullit ISSUE #67

Hij is een van ’s lands allerbeste voetballers ooit, een graag geziene gast aan talkshowtafels, gewaardeerd analist, ex-trainer en voormalig manager, lid van de Commissie Mijnals en altijd eerlijk en uitgesproken in zijn mening. We kunnen heel veel zeggen over Ruud Gullit, maar in onze ogen – en die van vele anderen – is hij een levende legende.

Paul Jeursen sprak met Ruud Gullit en legde hem gevoelige kwesties als de Commissie Mijnals voor en zijn toekomstplannen wat betreft het trainersvak. 

Wat is het hoogtepunt in jouw carrière als speler?

Ruud Gullit: ‘Dat was voor mij zonder enige twijfel het winnen van het Europees Kampioenschap in 1988. Spelen voor je land en prijzen winnen is het mooiste dat er is. Wij waren toch een beetje de ‘nazaten’ van de generatie die in 1974 en ‘78 furore maakte. Zij hebben ook wel de weg voor ons geplaveid, maar er zat na die twee verloren WK-fnales natuurlijk wel een kleine generatie tussen die drie toernooien nét niet haalde. Er was na 1978 een periode van droogte, zeg maar. Maar wij hadden in de tachtiger jaren wel echt een hele talentvolle lichting. Mede door de successen in Europa. Ajax won de Europa Cup II, PSV het jaar erna de Europa Cup I en Frank (Rijkaard), Marco (van Basten) en ik werden in Italië kampioen met AC Milan. Onze lichting had dus al best veel ervaring opgedaan. In die tijd ging je ook pas weg uit Nederland als je 24 was of zo, nu vertrekken spelers soms al voor hun twintigste. Het scheelde ook dat clubs in mijn tijd maar drie buitenlandse spelers mochten opstellen. Ons Euro ’88-succes kwam na twee verloren WK-fnales en is voor mij echt het hoogtepunt als speler.’

Ruud Gullit en Karin de Rooij zijn de coversterren van Life After Football ISSUE #67

Als jij kijkt naar het voetbal nu, is er dan een groot verschil met de spelers uit jouw tijd?

‘Nee, vind ik eigenlijk niet. Qua concept is er niets veranderd. Tijdens onze carrière was er wel een finke verandering qua
spelregels. Keepers mochten terugspeelballen niet meer oppakken. Die regel had wat mij betreft al eerder ingevoerd
mogen worden. Vooral bij AC Milan zouden we daar baat bij hebben gehad. Keepers die de bal continu oppakten – dat haalde de snelheid enorm uit ons spel. Spelers zijn natuurlijk wel een stuk atletischer en sneller geworden. Vroeger had je meer grote en fysieke spelers, minder kleine, behendige spelers. Die zie je nu veel meer. Een spits hoeft niet per se heel groot te zijn, ook kleinere jongens kunnen nu excelleren.’

Lees het hele interview in ons nieuwste magazine. Koop hem nu via www.lifeafterfootball.eu/product/issue-67/.

Op de hoogte blijven van al het nieuws rondom voetbal, fashion en lifestyle? Volg dan onze Facebook en Instagram.